flora-opnamen fors uitgebreid 
Inmiddels is de verzameling van opnamen van wilde, bloeiende, kruidachtige planten gegroeid tot meer dan 200 exemplaren. Daar hebben we heel wat kilometers voor moeten afleggen. Tijdens een gewone wandeltocht kwamen we er niet altijd toe om wat langer in een gebied rond te kijken, want er moeten ook kilometers gemaakt worden, maar dan ging ik er later even apart naartoe om nog eens wat beter 'onderzoek' te doen. Het schraalgrasland bij de Meije, het rietland bij de Haeck langs de Hollandse Kade die ten zuiden van de Nieuwkoopse Plassen loopt en de Kwade Hoek bij Goedereede zijn gedeeltelijk vrij toegankelijke natuurgebiedjes waarin je meer vind als je de tijd neemt om goed rond te kijken. 
Het grappige is dat de Kwade Hoek een gebied is waar landaanwas plaats vindt, doordat nieuwe stranden en duinrijen de bestaande stranden afsluiten en zo wordt een nieuwe biotoop gevormd, maar de Haeck en de schraalgraslanden zijn eigenlijk conserveringen van een oud bestaand gebied, naar de situatie van pakweg 100 jaar geleden, toen de landbouw kleinschalig en kunstmestloos was. Bij de Kwade Hoek mag de natuur min of meer haar gang gaan en is het beschermd natuurgebied om de natuur niet te veel te verstoren. Bij het schraalgrasland en zeker bij het rietveld moet de natuur wel degelijk ingetoomd worden, anders zou er over enige jaren elze- en berkebossen groeien. Behalve floristisch zijn de laatste gebieden natuurhistorisch buitengewoon interessant, want als je daar tot je enkels in het zompige veen loopt, waarbij je steeds verder wegzakt als je een tijdje blijft staan, ervaar je pas, dat het in cultuur brengen van het westen van Nederland geen prettig en licht werk is geweest. Het is dus in zekere zin museumland en er moeten niet teveel mensen komen, anders wordt het vertreden onder eigen succes. Overigens moet je voor de Kwade Hoek wel 1,50 entreegeld betalen, of je moet je lid zijn van Natuurmonumenten, wat wij al bijna 30 jaar zijn, dus dat vinden we wel een rechtvaardig principe. Het is het geld zeker waard en alle beheersmaatregelen die nodig zijn voor uitbreiding en instandhouding van dergelijke gebieden zijn niet goedkoop, dus niet zeuren.  
 
Nog even iets verrassends. Het is ons al herhaaldelijk overkomen dat we een bloem zagen en zeiden: die hebben we al. Nou, mooi niet dus, want het is ontzettend goed oppassen met determineren. Niet ieder geel bloemetje is een boterbloem en als het er wel één is, dan nog kun je kiezen uit ongeveer 10 soorten. Maar daarnaast heb je nog de tormentil, de dotterbloem, het speenkruid, het penningkruid, de stinkende gouwe, de ganzerikken, de gele anemoon. En de vlinderbloemigen maken je het nog  lastiger. Dus altijd blaadjes apart meefotograferen, want die heb je vaak nodig om de bloem te kunnen identificeren. En in geval van twijfel, altijd een foto maken en je achteraf laten verrassen met een toch nieuw exemplaar. Dat maakt het af en toe echt leuk. Met grassen bemoeien we ons overigens niet. Op de Hoge Veluwe kwam ik wel even in de verleiding, want daar groeien prachtig getinte grassoorten, maar vooralsnog zijn grassen voor ons, amateurs, te ingewikkeld. Ook houtachtige gewassen laten we voor wat ze zijn, op een paar uitzonderingen na  voor de mooiigheid.  
 
Determineren doe ik achteraf, dus geen boeken of gidsen mee onderweg. Ik heb een schitterende uitgave van Natuurmonumenten uit begin 1970: Wilde Planten. Er staan talloze aquarellen in van wilde planten. Leuk is ook dat er veel over de ontwikkeling van het Nederlandse areaal wordt verteld. En nog leuker is de schrijfstijl: professoraal, jaren vijftig, zestig, maar dan ineens weer doorregen met actiegerichte slogans voor het behoud van natuurgebieden zoals de Waddenzee. Echt zo'n uitgave uit mijn eigen studententijd (toen ik ze ook heb aangeschaft). Biologen zullen hem wel hebben en als je hem ergens aangeboden ziet moet je hem niet laten schieten. Je ziet ook dat het klokkengeluid resultaat heeft gehad, want de situatie is nu algemeen heel wat beter dan toen zij die beschreven. En dan gebruik ik het boek Plantenrijk van Wim Schroevers en Jan den Hengst uit 1978. Nog steeds een leuk boek. Verder is er een uitgebreid Nederlands fotoherbarium op het web, dat ik vaak gebruik als countercheck. Echt een bijzonder breed uitgewerkte site, maar door z'n omvangrijkheid toch ook weer niet zo gemakkelijk toegankelijk. Dat wordt overigens veel beter als je wat begrip hebt opgebouwd over plantenfamilies. De site kun je hier vinden. 
 
De foto's zijn gerangschikt op vindplaats. En op sommige plaatsen kwam ik vaker, dus daar vind je foto's van bloemen die opeenvolgende in het seizoen bloeien. Omdat het niet de bedoeling is om gebieden compleet te beschrijven zijn voor dat gebied alleen de bloemen opgenomen die ik nog niet ergens anders was tegengekomen (of had opgemerkt). 
 
Mocht iemand die er echt verstand van heeft hier terecht komen, zou hij/zij dan de moeite willen nemen om te kijken of de determinatie wel goed is? Het blijft soms een lastig karwei, dus er zullen wel vergissingen in zitten.