toeval of schepping 
 
Toeval of Schepping. Dat is de titel van een recent (october 2005) boek van Bram van de Beek. Het is niet zon makkelijk boek. vdB beschrijft uitvoerig het moderne levensgevoel. Het perspectief van waaruit de mens in voorbije eeuwen tegen de schepping aankijkt wisselt. De resultaten van natuurwetenschappelijk onderzoek geven daar aanleiding toe. De geologie, de biologie, de astrofysica, de chemie dragen allemaal bouwstenen aan voor een veranderende kijk op de schepping. Het moderne levensgevoel krijgt ook gestalte in filosofische stromingen, zoals onder andere Nietsche en Feuerbach.  
Van de Beek ziet dat de theologische en (natuur)wetenschappelijke waardering van de schepping leidt tot botsende inzichten, die onverenigbaar lijken te zijn. De orthodoxie houdt vast aan een letterlijke waardering van de verhalen uit Genesis 1-3. De evolutionisten hebben God allang overbodig verklaard. De creationisten en de ID aanhangers trachten een brug te slaan maar miskennen het geheel eigen karakter van de theologie en de natuurwetenschappen. Een belangrijke vraag die vdB op tafel legt is waarom dat nu nodig is, die tegenstellingen en het uitsluiten van elkaars ideeën. Ik ga hier het boek niet bespreken. Je kunt het in de boekhandel kopen voor 18,50. Ik werd er zeker door aangesproken. 
De theologische invulling van het begrip schepping is volgens Van de Beek toe aan een herwaardering. Het heeft volgens mij alles te maken met hoe je de bijbel leest. Traditioneel las ik de bijbel als een lineair verhaal: een begin, de ontwikkeling van een plot en een eind. Alles onder dezelfde (heils)historische noemer. Geschiedschrijving van letterlijke aard, waarvan geen tittel of jota veranderd mag worden. Langzaamaan kwam echter de vraag opzetten, of je zo de bijbel wel recht doet. De bijbel als het woord van God beoogt iets te bereiken bij de lezer. Het woord gaat steeds verder open als je je laat aanspreken door de kern van de boodschap. De bijbel wordt absurd en een rariteit voor diegenen die zich daarvoor juist afsluiten, of hooguit een interessant boek uit een ver verleden.  
De bijbel zelf spreekt klare taal over het brandpunt van haar boodschap: Jezus Christus, de Zoon van God en die gekruisigd. Alles verwijst naar hem. Hij wordt getekend als de enige weg naar de vrede met God. God wil zijn schepping ontmoeten in zijn Zoon, maar dat gaat gepaard met de meest dramatische gebeurtenis ooit: Goddelijke crisis; mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? In Gods openbaring aan ons gaat het er wezenlijk om wat ons antwoord zal zijn. Prijzen we God dankbaar om zijn genade, of ergeren we ons dat we ons moeten ontledigen voor een zwakkeling aan een kruis? 
De boodschap van dit overweldigende gebeuren geeft betekenis aan alles wat de bijbel aan symbolen en verhalen aanreikt: geschiedkundige verhalen van het oude Israel, wijsheidsboeken, lofzangen, gelijkenissen, Apostolische brieven, toekomst visioenen en niet te vergeten de verhalen van den beginne. Het plot in de bijbel is geen lineaire geschiedenisvertelling. Je hoeft het begin niet te begrijpen om de essentie te bevatten. Je kunt zelfs een heleboel niet begrijpen en toch buigen voor de boodschap. Je hebt dus ook geen natuurkunde- of biologiediploma nodig om Genesis 1-4 te lezen. Het is zo zonneklaar dat alles uit God, door God en tot God is, dat de vraag wie er aan de oorsprong van de kosmos staat niet eens expliciet gemaakt hoeft te worden. Die vraag heeft allang antwoord gekregen: Jezus Christus is Heer. Er is geen schepping zonder Christus, het vleesgeworden Woord is Gods scheppende woord. Hij kwam tot het zijne. Hij heeft zich onverklaarbaar met zijn schepping verbonden, niet omdat Hij er wat in zag, maar omdat Hij dat wilde. Vooropgezet, doelbewust, uit vrije soevereiniteit.  
Het is verhelderend hoe Van de Beek de christologie van betekenis laat zijn voor de scheppingsleer. De voor velen kritische betekenis van het scheppingsverhaal wordt zo ondergeschikt aan de persoon en de betekenis van Christus. De schepping ligt niet verankerd in het verhaal van Genesis, maar in het evangelie van Jezus Christus, zoals treffend door Johannes verwoord. De historiciteit wordt zo niet eens meer in discussie gegeven. Zij die Christus negeren willen dat wel graag, maar is dat gek? Voor hen die hun heil wel van hem verwachten behoeft er geen kwestie te zijn. Theologisch gezien behoren God en zijn schepping onlosmakelijk bij elkaar. Hijzelf heeft ons dat onthuld. Op wonderlijke manier heeft God zich aan haar gerelateerd. Je mag Genesis 1-4 letterlijk opvatten. Het kan niet, maar het mag. Je hoeft Genesis 1-4 niet letterlijk op te vatten. Theologisch geeft dat geen andere inzichten en het geeft ruimte voor de resultaten van natuurwetenschappelijk onderzoek. Niet dat zulke resultaten iets toevoegen op theologisch vlak, anders dan dat wij ons in méér detail kunnen verbazen over de werken van onze God. Genesis 1 moet je lezen in de belichting van Johannes 1, niet andersom. Zonder Christus zijn de verhalen van Genesis zonder perspectief en ook zonder norm. Charmante fabels uit de oertijd, een onbeholpen poging tot geschiedschrijving, eenvoudig te corrigeren met natuurwetenschappelijk werk. In het licht van de Christus zijn de verhalen een lofzang op Gods grootheid, zijn wil, zijn almacht, zijn creativiteit. Een belijdenis geformuleerd op een manier die past bij mensen voor wie het toch te groot is om het te kunnen bevatten. Als je het doorneemt dan lees je toch geen natuurhistorische beschrijving die steeds bijgesteld dient te worden naarmate de voortgang van de wetenschap vordert? Wanneer je bang bent om God al kwijt te raken als je het scheppingsverhaal niet letterlijk neemt, moet je eerst beginnen te lezen in Johannes en later nog maar eens kennis nemen van het begin. Johannes zegt het met zoveel woorden. Het begin begint echt bij God. Er is niets dat niet z'n oorsprong in Hem heeft.  
We debatteren over het hoe van onze historie. Feit is dat we er niet bij geweest zijn. We zijn ook niet in staat om het feitelijk te begrijpen. De vocabulaire en de begrippen die dáár voor nodig zijn missen we. Ons begrip van tijd wordt nota bene ingegeven door de wetmatige beweging van sterren en planeten. We kunnen niet anders dan in tijd denken. Hoe kunnen wij iets formuleren of bedenken dat boven de tijd uitgaat? Wanneer heeft het Woord de klok in gang gezet? Wie heeft Hem het kosmische uurwerk zien opwinden?  
 
17/01/2006