Bach op het spoor (3) 
Bach volgen zonder muziek is Irish coffee zonder whisky. We hebben gepland om het orgelconcert in de Thomaskirche op zaterdagavond te bezoeken. We hadden het concert al op Internet uitgezocht en we verheugden ons er al op. We hebben er zelfs een euro extra voor over om van te voren kaartjes te kopen, zodat we verzekerd zouden zijn van een plaatsje. Zo’n vaart blijkt het niet te lopen, maar de kerk is toch aardig gevuld. Kier telt 180 concertgangers, maar die zoeken natuurlijk allemaal hetzelfde gunstige plekje.  
De organist is de vaste organist van de Thomaskirche Ullrich Böhme. Hij ‘staat’ er al ongeveer twintig jaar en is de initiator geweest voor de bouw van een compleet nieuw Bachorgel dat in het Bachjaar 2000 in gebruik is genomen. De Thomaskirche heeft dus twee hoofdorgels: het romantische Sauerorgel uit 1889 (Max Reger) en het nieuwe Bachorgel gemaakt door de bouwer Woehl uit Marburg.  
 
Het Bachorgel in de Thomaskirche 
Het nieuwe Bachorgel is bedoeld voor de muziek ten tijde van Bach. Het Sauer orgel is daar niet erg geschikt voor. Het is een formidabel instrument met 4 klavieren en 60 stemmen. Leuk is dat de dispositie volledig is overgenomen van het orgel dat Johann Christoph Bach liet bouwen in Eisenach ten tijde van Bach’s jeugd. De kast is geïnspireerd op die van het oude orgel van de gesloopte Universiteitskerk (Paulinerkerk). Dat orgel is destijds door Bach zelf in gebruik gesteld. Toen was hij nog niet werkzaam in Leipzig, maar in Köthen. Toen hij zelf in Leipzig werkte was het orgel in de Paulinerkirche het grootste orgel dat de stad hem kon bieden en hij zal er regelmatig hebben geconcerteerd. De klankkleur en pitch van het Bachorgel komt overeen met de midden-Duitse orgels uit Bach’s tijd. Het orgel komt zo heel dicht bij Bach’s orgelbeleving en bij de instrumenten waaraan hij en zijn familieleden hun goedkeuring hechtten. Over de mogelijkheden van het orgel zegt de bouwer Woehl: " Das Wesentliche der Disposition ist die Vielfalt an Einzelklangfarben, die elementare klangliche Affekte der Bachschen Musik darstellen können: Herbheit und Lieblichkeit, das Fanfarenartige und das Kantable, die Fähigkeit zu erschütternder Größe und zur schlichten, elementaren Trauer, das durchdringend Insistierende und die Sanftheit, die Leidenschaftlichkeit und die gelöste Heiterkeit, Schmerz oder Sehnsucht gegenüber Freude und Jubel, das Moment des Jetzt und der Vision, der Erdenschwere und des Blickes hinüber. Klangfarben, die das Leiden - Sterben - und die Auferstehung als das Zentrum allen christlichen Denkens und Handelns wiedergeben können, wie wir es aus den Bachschen Kantaten, Passionen und Oratorien kennen." Meer informatie vindt je hier
Het concert is leuk geprogrammeerd. Eerst Mendelssohn, Liszt en Schumann op het Sauer orgel. Daarna Bach op het Bachorgel. Het Sauer orgel is prachtig voor Liszt en Schumann en ook de Sonate 2 van Mendelssohn klinkt het best op zo'n prachtig orkestraal instrument. Böhme speelt zo vast als een huis, met een wat klinisch romantische stijl, maar deze stukken lenen zich er prima voor. Schumann's Fuga opde naam van B.A.C.H. is een prima warmmakertje voor het werk van de meester zelf. Böhme loopt het balkon af naar het Bachorgel. Hij heeft superjob. Welke organist heeft nu zo vlak bij elkaar twee reuze-orgels ter beschikking? Wie heeft altijd wel volk om te komen luisteren. Weer valt zijn technisch goed verzorgde en doordachte spel op. Gewoon een goede organist. Een prima vakman. Hij geeft echter geen nieuwe doorkijkjes in Bach's werk. De Es-dur klinkt op dit Bachorgel alsof het ervoor gemaakt is. De prachtige akoestiek laat geen detail verloren gaan maar geeft het geluid genoeg tijd om te kunnen ademen. De twee 32 voeters op het orgel geven een extra dimensie en gelukkig gebruikt hij die ook. Het is echt een aangename avond bij Bach thuis. Toch stel ik mij voor dat een goede leerling voor de meester heeft ingevallen. Als hijzelf had kunnen concerteren was het ongetwijfeld verrassender en sprankelender geweest. Maar ja, als...