Op kamp 
 
Om kwart over zes bel ik Arco vanuit de auto. Ik vertel hem dat ik ongeveer om zeven uur thuis zal komen. Karin werkt tot acht uur dus zullen we met z'n tweetjes zijn. Ik zeg nog tegen Arco dat als hij honger heeft hij alvast met het eten mag beginnen, maar de honger blijkt relatief. Om zeven uur stipt parkeer ik op de oprit. Eerst zijn de Opperdoesers aan de beurt. Schilletje eraf en dan pitten. Dat is een kunst bij Opperdoesers, maar de moeite waard. Ik verdeel de bloemkool in roosjes en zet het geheel op. Intussen slurp ik een kop gloeiendhete tomatensoep. Op maandag is het feestelijk thuiskomen. De tomatensoep van het weekend is dan extra lekker en meestal is er over.  De pan met draadjesvlees bevat nog voldoende voor twee personen, ik hoef het alleen maar op te warmen. Na twintig minuten doe ik een lepel 'creme de blue' smeerkaas in de blender, giet er een scheutje room bij en haal wat gare bloemkoolroosjes uit de pan. Wat peper en zout, even blenden en de bloemkoolsaus is klaar. Om half acht zitten we aan tafel. Arco is geen warm-eten mens, maar hij klaagt niet. Ik ben wel een warm-eten mens en ik klaag ook niet. 
 
 
 
Vanmorgen heb ik Dineke en duo Ina, samen met juf Annet, naar school gebracht. De kofferbak zat vol met rugtassen en rijk gevulde weekendtassen. Waar hebben ze het met drie dagen kamp voor nodig? Het zijn geluksvogels, het regenprogramma hebben ze thuis kunnen laten en ze hopen op een mooi kamp in Brabant. Wij zullen die dagen wel doorkomen, maar eerlijk is eerlijk, we hebben er niet om gevraagd. De keuken is geen probleem: morgen eten we braadkip met risotto. Ietsje eerder naar huis dus.  
 
(met dank aan Raoul, voor de says-it.com tip