hoe kijk je? 
 
Ons wereldbeeld is niet statisch. Voor Copernicus dacht iedereen dat de aarde het middelpunt van het universum was. Sinds de Verlichting en met alle kennis die we vandaag over de kosmos hebben, lijkt de aarde en haar bewoners een randverschijnsel in de immense kosmos. Algemeen gevoelen is dat het leven op de aarde bij toeval is ontstaan omdat de omstandigheden gunstig waren. In een minuscuul hoekje van de kosmos vinden zulke processen plaats dat intelligent leven kan ontstaan, maar het blijft een betekenisarme toevalligheid. We fantaseren over andere vormen van leven in andere oases in de ruimte. Op Mars is tenslotte ook bevroren water... 
 
Het scheppingsverhaal geeft een heel ander beeld van de reden van ons bestaan. De lichten aan de hemel zijn er voor ons. De zon is er voor ons. De Schepper kiest ervoor om hier op aarde met de eerste mens om te gaan. Nergens zegt het verhaal dat we een fysisch randverschijnsel zijn in een immense ruimte. Dat idee komt van de mensen die met hun fysische modellen die onmetelijke ruimte in haar fysieke aard proberen te beschrijven. Zij meten de ruimte en de tijden en rekenen terug naar het ultieme moment nul. Zij zeggen dat we het resultaat zijn van bizarre samenloop van omstandigheden. En voegen zij eraan toe: omdat het heelal al zo oud is kan zoiets vanzelf een keer ontstaan. Met andere woorden: laten we ons niet verbeelden dat we gewenst zijn en dat er iemand (of Iemand) naar ons omziet.  
Daartegenover zijn er ook wetenschappers die boven de fysieke modellen uitstijgen en de verwondering een plaats durven geven. Ze denken verder door. Hun conclusie is dat de aarde en het leven erop wel moest ontstaan, omdat zij in het kosmologisch systeem zit 'ingebouwd'. Dus is ontworpen. De kosmos heeft een anthropisch (op de mens gericht) principe.  
 
Het anthropisch denken begint met de verwondering dat de set van kosmologische constanten zodanig zijn gedimensioneerd, dat in dit heelal leven mogelijk is. Er zijn een tiental fysische constanten - die overigens niet allemaal evenveel gewicht hebben - die ieder een eigen grootte bezitten, zoals de zwaartekracht, de dichtheid van het heelal, de snelheid van het licht, etc.  Als één van die constanten maar een fractioneel andere grootte zou hebben gehad, dan was ons leven in het heelal niet mogelijk geweest. Als de grootte van de constanten in deze kosmologische set willekeurig bepaald zou zijn, dan is de kans dat net deze ene, leven faciliterende set ontstaat 1 op 10exp40 10exp120 (afhankelijk hoe je rekent). 10exp40 keer met een dobbelsteen gooien duurt duizenden miljarden jaren! De grootte van de constanten zijn vastgelegd tijdens een ondeelbaar ogenblik in de big bang, want tijd en ruimte bestonden nog niet voor de big bang. De waardenset van de constanten heeft zich niet langzaam ontwikkeld in een adaptief proces, maar hij was er ineens, kompleet en definitief. 
 
Het anthropisch principe beschouwt de kosmologische wetenschappelijke feiten die er tot nu toe zijn en ziet een verbazingwekkend en griezelig precies patroon. Het lijkt wel alsof er leven moest ontstaan in ons heelal. Het ene onwaarschijnlijke scenario volgt op het ander. Uit een toevallige quantum-mechanische rimpeling in de superkosmos ontstaat een levensvriendelijk heelal. Koolstof, onze hoofdbouwsteen, komt klaarblijkelijk voorgeprogrammeerd voort uit waterstof en helium. De aarde vindt een baan die precies ver genoeg weg is van de zon. Een maan laat deze aarde netjes schuin staan zodat het klimaat leven faciliteert. Daarbij  beschermt de gigant Jupiter de aarde tegen inslagen van kometen en ruimtegruis. En als er na 9 miljard jaar voldoende zware materie is gevormd en het heelal koel genoeg is geworden, dan ontwikkelt zich uit die bouwstenen een onuitsprekelijke rijkdom van levensvormen. En als sluitstuk komen er miljarden van elkaar verschillende wezens voort die kunnen bedenken dat er een toevallige quantum-mechanische rimpeling heeft plaatsgevonden in een superkosmos die ze nooit hebben gezien en nooit kunnen zien!  
 
Gelooft hiermee iedere wetenschapper in het feit van een schepping? Natuurlijk niet. Je kunt veronderstellen dat ons heelal niet het enige heelal is. Als een multiversum maar genoeg verschillende universums bevat, dan zit die van ons er ook wel ergens tussen. Puur toeval dus. Vele wetenschappers vinden dit toch te ver gaan, want het strijdt met het principe van eenvoud van paradigma en het is principieel niet te verifiëren. Je kunt ook je mening opschorten, want wellicht komen we door toekomstig onderzoek tot de conclusie dat een nog onbekend ander mechanisme voorschrijft dat de kosmologische constanten wel moeten zijn, zoals ze zijn. Wetenschappelijk eerlijk, maar menselijk gezien wel hardnekkig.  
 
Hoe Gods scheppende kracht in het begin van de historie heeft gewerkt is buiten onze waarneming. We, althans knappe wetenschappelijke koppen, zien wel dat het griezelig nauwkeurig gericht is geweest op het leven op aarde. Een achteraf plekje in het heelal, wordt zo toch het middelpunt van haar bestaan. Dat vraagt om verdere doordenking, een andere keer. 
 
20 maart 2005