Kapoentje 
 
Zaterdag hebben we een kerstboom gekocht. Elk jaar zeg ik dat ik het volgend jaar niet meer doe. Het is inderdaad een heel gedoe. Eerst een mooie boom proberen uit te zoeken. Hoe kun je nu uit al die op elkaar gepakte natte kerstbomen de enige mooie en geschikte boom uitzoeken? Ze mankeren allemaal wat. De één is te breed, de ander te hoog, weer een ander kun je doorheen kijken, de volgende heeft een iele top, de buurboom heeft geen top, die ernaast heeft kale plekken. Nu hadden we er één gevonden en betaald, maar na flink heen en weer gesjor paste hij toch niet in de auto. Dan maar ruilen en dus begint het circus weer van voren af aan. Uiteindelijk had Dineke haar zin, de nieuwe was 5 eurootjes goedkoper. Die mocht dan uiteindelijk mee, maar wel met de top uit het open zijraam stekend. En dan de achterbank: nat, nat, nat en naalden all over the place. De kerstboomhouder was het volgende struikelblok: veel te smal voor de dikke onderstam. Ik ben met hamer en beitel een uur in de weer geweest om de stam op maat de beitelen. Treurnis alom, want voor het optuigen waren ook al niet veel kandidaten aanwezig. Iedereen wil een boom, maar als het er op aan komt mag pa hem optuigen.  
 
 
 
En dan is er ineens tussen alle kerstversiering een kapoentje, ofwel lieveheersbeestje, of zoals ze in Duitsland zeggen: een onzelievevrouwebeestje. Die bladluisrovertjes horen nu onder een dik pak bladeren te overwinteren, in plaats van vlak voor Kerst in kerstbomen te bivakkeren. Het moet niet gekker worden, straks moeten we de kerstbomen nog op aanwezigheid van vogelspinnen controleren. Enfin, aangezien dit toch de laatste boom was, zal dat probleem zich toch niet voordoen.